Henk alleman

 

89aa4b9fcb1de3e717f72c6224067f8b

Henk Alleman tijdens zijn vooroorlogse jaren, tijdens zijn opleiding tot kunstschilder.

 

Mijn opleiding tijdens de oorlogsjaren

Omdat de lantarens niet brandden in verband met het verduisteringsverbod, was het aardedonker, ook de straten waren leeg. Voor het eerst ging ik naar die avondschool. Het klaslokaal was spaarzaam verlicht, alle ramen waren geblindeerd, met zwart papier afgedekt. Zodat er geen licht naar buiten kon stralen en dat het bestuur geen problemen kon verwachten met de politie of de bewakers van de luchtbescherming. Hier zou ik mijn eerste tekenles krijgen. In de hoek van het grote klaslokaal was een aambeeld geplaatst met daarop smidse gereedschappen. Op de grond lagen allerlei gereedschappen, attributen die met zo'n werkplaats te maken hadden. Rondom deze geënsceneerde toestand zaten de gevorderde tekenaars; die probeerden het object, op grijs papier vast te leggen. Weinigen gebruikten houtskool, om te schetsen, de meesten zaten te werken met conté potlood. Het was er stil, ondanks de aanwezigheid van wel dertig leerlingen. Zel f was ik ingedeeld als beginneling op de achterste rij, bij een grijsgroen tekenbordje. Hoewel je vrijmoedig overal kon rondlopen en kijken; hoe andere klasgenoten werkten, was de stilte in het klaslokaal opmerkelijk. Er werden jongelui opgeleid voor decor auteur, lakschrijver en letterzetter. maar ook voor etaleur - iedereen kreeg les van dezelfde meester. Op zijn bureau lag argeloos neergesmeten 'n aquarel die de leraar "s - middags zelf had geschilderd. Het was de Montelbaantoren van Amsterdam en bijzonder mooi van kleur, prachtig transparant in harmonieuze kleuren en zeer stemmingsvol.. Ik was vol bewondering, voor mij was deze man geen meester - maar 'n grootmeester. Ik hoorde zijn stem achter mij, "Vindt je 't mooi jongen 't is de Montelbaan.. "Ja meest er, erg mooi" antwoordde ik bedeesd, "Zorg er ook. voor in de toekomst iets te presteren - het kan niet schelen op welk gebied... als je voor de maatschappij maar nuttig bent - Weesje leven lang een olielamp - dan drijf je altijd boven". Mompelde hij nog na en liep verder. Het was misschien geen prettig antwoord, op een compliment dat ik had gemaakt. Ik dacht er over na en begreep dat hij leraar was, met de taak, mij op te voeden - ook in eigenwaarde en bescheidenheid. Swinkels had zich achter de gevorderde tekenaars geplaatst, zijn voet rustte op een krukje en zijn kin hield hij onder zijn hand. Stuk voor stuk werden de werkstukken besproken. De kritiek en toelichting waren genadeloos - echter wel opbouwend. Want je kon er veel van leren, wanneer je luisterde en hem begreep. Immers aan complimentjes of schouderklopjes - waar niets mee gezegd werd of verbeterd had je weinig. Zijn kritiek was misschien spijkerhard, maar werd zonder enig morren door de leerlingen aangehoord. Besproken werd het perspectief - het licht en de schaduwpartijen, ook de plastische weergave van de onderwerpen. Ik luisterde gretig al was ik vèr verwijderd van die Smidsehoek, zijn stem was helder en doordringend. Het respect wat ik voor deze man kreeg was grenzeloos en zag hem als een genie. Wanneer hij naast mij stond en vertelde dat perspectief en anatomie de grondslag vormde voor de schilder en tekenkunst - Dan had ik volgens hem, nog een lange studie voor de boeg en 'n hele taaie. Want de plastische anatomie om de spierbundels te bestuderen en te tekenen, zouden nog jarenlang intensieve inspanning kosten - Was het dan misschien voor mij niet beter om als reclametekenaar opgeleid te worden - voor dat vak waren meer praktische mogelijkheden. Omdat deze richting meer op het commerciële vlak lag en een betere toekomst bood ...Vragend keek hij mij aan en ik antwoordde, "Nee meester - ik wil tekenaar worden, illustrator". Dat was voor mij al een compromis - want in mijn hart wilde ik kunstschilder worden. "Goed jongen - dan beginnen wij zo..." , Hij pakte zijn potlood en begon poppetjes te tekenen in volumes, bedreven schetste hij zonder enige aarzeling mensen in de juiste verhoudingen. "Doe dit voorlopig in allerlei standen - dan gaan wij later in details verder werken". Hierna stapte hij naar de volgende leerling die waarschijnlijk lakschrijver of letterzetter wilde worden. Hij nam het penseel van de jongen over en schreef met sierlijke letters teksten en vertelde daarbij, "Lakschrijven is een kwestie van routine - wanneer je veel teksten schri jft en daarin flink doorzet... en je hebt een goed handschrift, gaat het lakschrijven steeds beter en weet je op laatst de mooiste letter variaties te bedenken... veel doen geeft routine en vakmanschap ...... Ik luisterde niet verder want ik had voldoende opdracht gekregen om zelf aan de slag te gaan. Wekenlang liet meester Swinkels mij poppetjes tekenen, terwijl ik vorderingen maakte. Tegen het einde van de herfst had hij opdracht gegeven vergeelde en verkleurde boombladeren te schilderen, "Kijk die moet je nou eens fijntjes in de verf zetten in transparante tintjes en de partijen in elkaar laten vloeien...". De hele avond werkte ik stug en met plezier aan deze opdracht, dat was weer iets nieuws. Op het einde van de avond had ik vijf bladeren geschilderd, waaronder een eikenblad met prachtige rode en geelbruine kleuren. Swinkels had ik nooit verteld dat ik met aquarelleren enige ervaring had. De studies die ik thuis maakte, of namaakte van afbeeldingen van Anton Mauve en Jacob Maris, hadden mij al enige routine gegeven hoe met waterverf om te gaan. 's - Avonds voor dat de lessen gesloten werden kwam meester Swinkels altijd langs, mijn verwachtingen waren hooggespannen, want op deze werk stukjes had ik mij n uiterste best gedaan. Daarin werd ik niet te leurgestel d, even was het stil en dan met enige verbazing, "Tjonge - Alleman deze bladeren zien er niet slecht uit, die zijn goed geschilderd, hij wees op het eikenblad, dat ik zelf ook erg mooi had gevonden. "Dat is goed gelukt jongen, daar moet je morgenavond mee doorgaan. I k betwijfel, of je dan dezelfde resultaten kan boeken, maar probeer het... " Ik gloeide van trots voor dat complimentje, zoiets had je van meester Swinkels niet gauw te verwachten. "Ja, - meester ik zal het morgenavond weer zo mooi proberen te m aken en nog meer bladeren zoeken De volgende dag probeerde ik vol ijver weer hetzelfde resultaat te bereiken met doorvloei - partijen, maar h oe ik ook mijn best deed - 't werd 't niet - zelfs kon dit resultaat niet in de schaduw staan van mijn eerste probeersel. Het werd een pover werkstukje. Weer kwam meester Swinkels 's avonds langs en met krullende lippen zei hij, "Kijk jongen deze teleurstellingen zal je voorlopig regelmatig beleven - Je hebt je best gedaan, dat zie ik, want je hebt er heel wat geschilderd - helaas ont breekt de kwaliteit nog. Het waren gisteravond gewoon uitschieters - later zal je bewust met veel ervaring blijven schilderen Dat zit er wel in...." In de anatomie werd veel les gegeven. Schedels die door meester Swinkels zelf waren opgegraven op oude kerkhoven in Delft, werden voor onze neuzen gezet en hij lichtte toe waar de spierverbindingen hadden gezeten en h oe deze werkzaam waren geweest voor karakter uitdrukkingen en expressie. Het deed mij denken aan Leonardo da Vinci – waar ik net over gelezen had. Ook hij deed dit alles om de juistheid in zijn werken te leren en de kennis vast te houden. Helaas kwam aan mijn studieperiode een abrupt einde, eerder was de verwarming van de Don Bosco school al uitgevallen. D oor de hevigheid van de oorlog werd nu ook het elektrisch licht uitgeschakeld en was het afgelopen om te kunnen studeren. De vlam voor de schilderkunst zat er inmiddels al genoeg in om mij n ooit meer los te laten. Ik bleek talent te hebben en ontwikkelde het doorzettingsvermogen door mijn leraar om op eigen kracht verder te ontwikkelen. Na de oorlog had ik het geluk direct aan de slag te kunnen als 19 jarige tekenaar/illustrator en kon door het maken van uiterst gevarieerde prentjes van comics tot serieuze beeltenissen en achtergronden mijn kennis gaandeweg verdiepen.